Muziek is al
op vrij vroege leeftijd in mijn leven gekomen. Een tijdje terug schreef ik al
over de Matthäus Passion. Als binkie van zeven jaar zong ik die voor het eerst
mee, en mijn laatste wapenfeit dateert van afgelopen maart. Mijn ouders
probeerde me ook al vroeg aan de muziek te krijgen, al was het volgens hun
opvoedkundig verantwoord om mij platen van ABBA te geven. Iedere Sinterklaas
kreeg ik het laatste album van de Zweden cadeau.
Zelf was ik
een andere mening bedeeld en nadat ik in 1978 voor mijn verjaardag een
radio-cassette recorder kreeg, kocht ik als eerste bandje het album Live At The
Budokan van Cheap Trick. Via mijn ooms kreeg ik albums van Meat Loaf en Neil Diamond
(hoe breed geörienteerd wil je zijn).
Op dat moment floreerde de punk, een beweging die grotendeels
aan mij voorbij ging, en vreemd genoeg een reactie was op de symfonische rock
van de jaren zeventig, waar ik vandaag de dag graag naar luister. Toch zorgde de punk voor een prachtige omslag, die
zich in begin jaren tachtig, mede door de uitvinding van de synthesizer,
manifesteerde in een stroom aan nieuwe groepen allemaal met een eigen geluid.
Ik was via een klasgenoot al voorzichtig in aanraking gekomen met de (hard)
rock en jaren zeventig bands als Deep Purple, The Eagles, 10cc en Led Zeppelin.
Ook rond die tijd ontwikkelde zich een nieuwe golf aan hard rock en metal
bands, waar vooral Iron Maiden en Van Halen de aanvoerders van bleken te zijn.
Begin jaren tachtig volgde ik nog grotendeels de interesses van anderen. Ik denk dat de omslag in 1982 kwam, toen ik via een klassenfeest Genesis ontdekte. Toentertijd was de Zwarte Markt in Beverwijk nog een interessante zaterdagmorgen besteding. Er stonden nog veel mensen hun eigen spullen aan de man te brengen, en handelaren waren nog niet in die mate vertegenwoordigd als vandaag de dag. Ik kocht op zo’n zaterdag mijn eerste LP van Genesis. And Then There Were Three heette het. Een vriend, die mee was, kocht Live. Die ik dezelfde week al van hem overnam. Die zomer op de camping in Raalte, kopieerde ik alle albums van Genesis op cassettes, en draaide ik het album Seconds Out helemaal grijs. Na de vakantie en in de loop van het daarop volgende schooljaar begon ik met het kopen van de albums. Onderwijl ontwikkelde zich ook de interesse in Depeche Mode en Simple Minds. De interesse in deze groepen, waar zich gedurende 1983 ook Toyah, China Crisis en A Flock Of Seagulls aan toe voegde, duurt tot vandaag de dag voort. De interesse bleef breed, al viel wel op dat ik vaak de voorkeur gaf aan synthesizerbands en artiesten.
In die tijd luisterde ik veel naar KRO’s rocktempel en naar
Tros LP uur. Zo leerde ik meer kennen. Natuurlijk hielpen vrienden mijn
interesse gebied te vergroten. Geregeld fietsten we naar Haarlem, waar de
bibliotheek ook LP’s verhuurden. The Golden Age Of Wireless van Thomas Dolby
was zo’n album en ook de albums van Rupert Hine mocht ik graag horen. Toen in
1983 Windows In The Jungle van 10cc uitkwam was ik er als de kippen bij om het
te kopen. De aankoop van het album
Lament van Ultravox markeert tevens het eerste concert dat niet binnen de
gemeente grens lag, of geassocieerd kon worden met een festival. Tegen de tijd
dat de cd voor het grote publiek beschikbaar kwam, had ik een flinke
verzameling lp’s, maxi’s en cassettebandjes met uiteenlopenden stijlen. De
introductie van de cd werd bij mij officieel gevierd in 1987 toen ik die zomer
werkte voor een cd speler en als eerste album Pressure Points van Camel kocht.




